HET KASTEEL VAN RAVENSTEIN

Dit is een historische tekening van het Kasteel van Ravenstein uit 1674 . Toegeschreven aan Barend Klotz

Het kasteel van Ravenstein werd in 1360 door Walraven van Valkenburg gesticht. Het was eeuwenlang een strategische vesting aan de Maas. In 1818 werd het kasteel volledig gesloopt. Nu herinneren de historische Kasteelsepoort en de oude kasteelgracht nog aan dit vroegere machtige bolwerk.

Waar lag dat kasteel?

Het kasteel, dat uit een voorburcht en hoofdburcht bestond, lag vlak bij de huidige Kasteelsepoort. De voorburcht lag op de plek van de huidige Kasteelse Plaats. De hoofdburcht bevond zich direct ten noorden van dit plein op de plek waar nu het kleine groene stadspark ligt. De slotgracht ligt nog steeds om het parkje. Als je over het houten voetgangersbruggetje loopt, sta je dus op de plek, waar de burcht van 1360 was.

Vanuit het noorden kon je toen direct over de Maasdijk en de rivier kijken.

Hoe zag het kasteel er uit?

 

Het Kasteel bestond uit een hoofdburcht (het eigenlijke kasteel) en een voorburcht met bijgebouwen.

Op de hoofdburcht stond een vierkant gebouwencomplex rondom een binnenplaats. Op zowel de westelijke als de oostelijke hoek stond een vierkante toren. De zuidwestelijke toren stond scheef ten opzichte van de rest van het kasteel en was mogelijk de oorspronkelijke 14e-eeuwse woontoren ; later zou deze toren dan zijn uitgebreid tot een vierkante burcht.

De voorburcht was 60 bij 50 meter groot en bestond uit een rechthoekig plein met bebouwing aan drie zijden. Een deel van de huidige bebouwing op de voorburcht was gefundeerd op de oorspronkelijke ommuring. De voorburcht was het terrein van de stallen, de bakkerij, de brouwerij, gebouwen als een rogzolder, keuken en de plek van de waterput.

Bij de bouw van het kasteel ontstond automatisch ook een nederzetting. Er was een smederij nodig voor alle ijzeren onderdelen, een touwslagerij , een steenhouwer werkplaats, een plek voor houtbewerking, maar ook voedsel voorziening. Zo kon er een stadje ontstaan.

Bij archeologisch onderzoek in 2014 zijn op de voorburcht restanten gevonden van twee houten gebouwen uit de eerste helft van de 14e eeuw, dus nog vóór de stichting van het kasteel.

De huidige Kasteelsepoort is in de kern een 14e-eeuws huis met traptoren en dubbele stookplaats. Het huis zou aanvankelijk hebben gediend als woonplek voor Walraven van Valkenburg tijdens de bouw van het kasteel.

Begin 15e eeuw wijzigde Reinout van Valkenburg het huis in een poortwachterswoning. Het poortgebouw is een rijksmonument Het voormalige rentmeesterhuis werd steeds verbouwd tot woning en zou aan de achterzijde zijn gefundeerd op de oude ommuring van de voorburcht. Het huis had twee bouwlagen en een schilddak.

Andere gebouwen op de voorburcht waren onder andere de stallen die in 1794 tot bakkerij werden verbouwd. Kort hierna brandde deze bakkerij echter af.

Het enige wat was overgebleven was de Kasteelsepoort, die diende als scheiding tussen stad en kasteel.

Wat is de geschiedenis van het kasteel?

 

De stichter van de stad en het kasteel van Ravenstein was Walraven van Valkenburg. Hij zal zo rond 1317 geboren zijn, was een kind van Jan I van Valkenburg en Maria van Cuijk, dus afkomstig uit het adellijk huis van Valkenburg. Van zijn moeder Maria van Cuijk erfde hij de rechten over de heerlijkheid Herpen en Uden. Hij werd in 1345 als Heer van Herpen vermeld.

De opvolgingsoorlogen in Zuid-Limburg waren erg kostbaar. Daarom besloot hij in 1355 eigenhandig tol te heffen op de drukke scheepvaart op de Maas. Er werd van alles vervoerd, zoals brandhout, turf, stenen, maar ook grondstoffen als zout, erwten, noten, gerst, tarwe, rogge, haver, paling, vis, appels, enz. De tolheffing vond plaats op het grondgebied van het toen al bestaande Langel. Misschien moeten we dit jaartal dan ook zien als het eigenlijke ontstaan van Ravenstein.

In het begin regelde Walraven de tolheffing vanuit zijn kasteel in Herpen, maar hij vond dat dit te ver van de rivier af lag. Hij sloopte zijn stamslot en bouwde in 1360 een nieuwe stenen burcht aan de Maas op de plek, die Langel (langgerekt bos) werd genoemd. Dit was net naast de versterkte hoeve van het goed Langel, dat hij liet verbouwen tot poortgebouw van de voorburcht. De zware, kostbare middeleeuwse baksten liet hij vanuit Herpen per kar naar de Maasoever brengen om ze voor zijn nieuwe kasteel te gebruiken. Dit kasteel (Stein) werd het begin van Ravenstein.

De naam Ravenstein is afkomst van Rave (gracht) en Stein (omgracht adellijk huis)

Omdat Walraven als leenman toestemming had moeten vragen aan de hertog van Brabant, maar dit niet had gedaan, was de hertog woedend geworden en stuurde hij een leger om het kasteel te veroveren. Een jaar lang (1362/1363) belegerde hertog Wenceslaus het nieuwe kasteel van Ravenstein. De ligging van het kasteel was echter zo, dat het moeilijk te veroveren was. Walraven wist stond te houden, dwong vrede af en mocht zijn tolrechten behouden. In 1378 overleed Walraven kinderloos en werd hij opgevolgd door zijn halfbroer Reinoud van Valkenburg. Hij verleende de nederzetting, die rond het kasteel was ontstaan, in 1380 stadsrechten. Ravenstein mocht nu vestingmuren en grachten bouwen. Ook kreeg het marktrechten.

Was eerst Herpen met zijn kasteel Aldenstein (oud stenen huis) het middelpunt van dit gebied, dit veranderde door de bouw van het kasteel van Ravenstein, waardoor dit het centrum werd.

In 1387 werd Reinoud door een troepenmacht van 4000 boogschutters en 1200 ruiters uit Keulen en Westfalen aangevallen, maar het kasteel van Ravenstein hield weer stand.

In 1396 stierf ook Reinoud kinderloos, waardoor er een eind kwam aan het huis van Valkenburg. Want toen Reinoud trouwde in 1393 met Elisabeth van Kleef, gaf hij Ravenstein als onderpand af aan hertog Adolf van Kleef.

Rond 1400 werd de Kasteelsepoort de scheiding tussen de stad en de voorburcht. Deze poort had schutsbogen en een valdeur, waardoor vijanden buiten gehouden konden worden.

In 1450 erfde de zoon van de hertog, ook genaamd Adolf, het Land van Ravenstein van zijn vader. Deze Adolf jr. wordt soeverein ‘heer van Ravenstein’. Als zodanig werd hij na zijn overlijden opgevolgd door zijn zoon Philips van Kleef (1456-1528). Deze vernieuwde de vestingwerken van Ravenstein met stevige muren, rondelen en bolwerken. De heerlijkheid was nu dus in handen van het Huis van Kleef. Ravenstein werd een soort zelfstandige enclave tussn de omliggende gebieden.

Het kasteel werd nu het bestuurlijke en militaire centrum van Het Land van Ravenstein.

 

In 1543 werd Karel V de baas. Hij liet de vesting ontmantelen en de slotgracht gedeeltelijk dempen.

In 1609 stierf hertog Johan Willem van Kleef waardoor Kleef en Ravenstein onder bestuur kwamen van de protestantse keurvorst van Brandenburg

In 1610 kreeg Ravenstein zijn vestingwerken weer terug.

 

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1621 bezetten de Staatse (Nederlandse) troepen Ravenstein om te voorkomen dat de Spanjaarden de stad innemen. De keurvorst stond (tegen betaling) toe dat in de stad Ravenstein in 1621 (e.v.) door de Hollanders (de ‘Staatsen’) aarden vestingwerken naar oud-Nederlands model werden aangelegd. De vestingwerken werden zo gemoderniseerd en het kasteel kreeg een militaire functie.

In 1630 ging het Land van Ravenstein wederom over naar een nieuwe eigenaar, ditmaal naar het katholieke huis Pfalz-Neuburg. Het Staatse garnizoen verliet de stad tijdelijk, om in 1635 terug te keren. In 1641 werd er voor het protestantse garnizoen zelfs een kerk gebouwd, de ‘garnizoenskerk’.

Ravenstein bleef echter buiten de Republiek der Verenigde Nederlanden en behield de vrijheid van godsdienst. Het Land van Ravenstein werd hierdoor een toevluchtsoord voor kloosterorden die uit de Republiek waren gevlucht, terwijl katholieken van over de grens in kerken op Ravensteins grondgebied de mis bijwoonden.

 

In 1672 (het Rampjaar) namen de Fransen de stad in. De rechten van de heerlijkheid vervielen. Twee jaar later bij hun vertrek bliezen de Fransen de zware verdedigings werken op. Het kasteel werd gespaard, maar raakte in verval.

In 1794 maakte de Franse bezetting een einde aan de autonomie van het Land van Ravenstein. In 1800 werden Ravenstein en het bijbehorende land verkocht aan de Bataafse Republiek. Het kasteel werd kazerne en hospitaal voor de Franse soldaten. In 1814 werd Ravenstein deel van Noord-Brabant, een provincie van het Koninkrijk der Nederlanden. Het kasteel kwam leeg te staan.

In 1818 was het kasteel zo verwaarloosd, dat het gesloopt werd tot aan de fundamenten toe. De voorburg behield nog zijn bebouwing, maar werd ook in 1856 gesloopt ten behoeve van de nieuwe kloosterkapel van de Augustinessen. In de jaren 50 van de 20e eeuw volgde opnieuw sloopwerk vanwege wederom een nieuwe kapel.

Het enige wat was overgebleven was de Kasteelsepoort

BRONNEN:

 

0 De vestingwerken BHIC (Ravenstein: Verhalen)

0 Huisseling Geschiedenis. Wikipedia

0 Heemkundekring: Geschiedenis van Ravenstein

0 Kasteel Ravenstein. Zuidwaterlinie.

0 De geschiedenis van het Land van Ravenstein. Joost Vlemmix

Maak jouw eigen website met JouwWeb